Als stichtingsdatum staat 1846 op een stuk heide, toebehorende aan de Ordermark. Eerste eigenaar is Willem Cornelis Hasselaar, schilder te Amsterdam.
In 1851 wordt het verkocht aan Willem Mensink te Apeldoorn. Of deze er zelf heeft gewoond is niet duidelijk.
In 1832 woonde de kleermaker Jan Voogd al op de locatie van de nu Loolaan nr. 37. Mogelijk hadden zij klanten op het Loo.
Pas omstreeks 1900 gaat het over in handen van Johan Hendrik Coldeweij die er na een flinke verbouwing in 1904 gaat wonen.
In 1921 koopt de zenuwarts W. Briët het huis. Bij zijn overlijden in 1962 komt het in handen van zijn dochter M. Briët. Recent is het verkocht en wordt het gerestaureerd.
Het is door velen in het verleden vaak in twee delen bewoond. Volgens van Bruggen woont er in 1860 Johan Christoff Hakenson (geb. 4-8-1825 te Nw. Amsterdam) gehuwd met Cornelia Hoogstraate (geb. 30 oktober 1829 te Axel). Zij overlijdt op 25 januari 1895 te Utrecht.
In het archief staat als voorgaande bewoner Jan H. Mashaupt (geb. 24-12-1798, overl 22-5-1871) met 4 dochters. Toen al dubbele bewoning?
Op 28 april 1874 komt Mej. H.J. Heun (geb. 29-4-1822) en een drietal kinderen als inwonend vanaf 1879. Deze drie kinderen verblijven er slechts enkele jaren. Zij waren geboren in 1870, 1872 en 1863. Mej. Heun woont er zeker tot 1890.
Daarna is de kandidaat notaris Willem Bas Backer (geb. 2-2-1862) er ingeschreven.
In 1887 ook als bewoners nog de wed. Hakenson en Blijdestein.
Van 1896 tot 1902 is er Chr. F. van Casteren (geb. 9-12-1822) kapitein van het N.O.I. leger, Ridder Militaire Willemsorde er met vrouw en inwonend J. Trakanen medisch instrumentmaker ingeschreven.
J.H. Coldeweij oud burgemeester van Maurik 16-10-1852 te Marum (Gr.), die in 1901 gaat wonen op nummer 53 koopt het pand. Voor f. 3440 wordt een verbouwing aanbesteed. Deze verbouwing is in 1904 in het kadaster ingeschreven. Vervolgens nog een stichting op een stuk onbebouwde grond en bijbouw in 1906 en 1907. Coldeweij gaat er zelf in wonen. Op 28 april 1919 verhuist hij naar België.
In 1921 koopt W. Briët, de directeur van het ernaast op nr. 59 gelegen psychiatrisch sanatorium Bosrust, deze woning.
In 1923 woont de kapitein H.W. Bijleveld er in.
Daarna nog E. de Jongh
In 1924 is W. Briët er zelf woonachtig tot zijn overlijden in 1960. Zijn dochter Marie Briët verkrijgt het in 1962 uit de erfenis. Na haar overlijden in 2008 komt het in handen van de familie van de Bosch- Reinders. Het wordt weer helemaal gerestaureerd.
W. Wijk, april 2009