In 1851 is de onbebouwde grond van Gerrit Bloemink te Apeldoorn. In 1852 wordt het huis door Gerrit Wegerif gebouwd en woont hij er enige tijd in. Hij verhuist naar Loolaan 41. (zie aldaar voor meer informatie over Wegerif )

In 1859 komt de woning in bezit van Hendriksen, koopman te Amsterdam.

In 1863 is Lamberts uit Olst de bezitter.

Volgens van Bruggen woont er omstreeks 1860 Th. Gallois, particulier (geb. 18-03-1822 te Amsterdam). Hij is gehuwd met Helena Barrewater (geb. 4-1-1840 te Antwerpen). Volgens het oud archief van Apeldoorn komt hij er pas op 27 april 1869 wonen. In 1873 verhuist hij naar de Loolaan 52, dat hij heeft gekocht.

In 1874 wordt de villa en het koetshuis verkocht aan Franciscus Hermanes Post bankier te ‘s-Gravenhage, terwijl zijn consorten Peter Jozef Sonnaville en Gerrit Henrik Gijsbert Braams, beide ook uit ‘s-Gravenhage, grondeigenaar zijn. In 1878 mogelijk stichting onder Braams.

In 1884 is de koper Isaak Hermanus Hoek met domicilie in Apeldoorn en ‘s-Gravenhage. Hij is betrokken bij verwikkelingen die geleid hebben tot de bouw van “Huize Mary”. Ook Loolaan 77, het er dan naast liggende kavel, is eerst in zijn bezit (zie aldaar).

Volgens het adresboek Erica woont Hoek er in 1887 en 1888.

In 1891 komt de wed. Victor-Slaap er met haar kinderen wonen (één van haar zoons heeft elders een rozenkwekerij)

Gerrit van Rooyen (geb. 9-8-1843 te Rotterdam) al vanaf 1890 te Apeldoorn woonachtig, koopt het pand met grond in 1905. Hij woont er van 29 december 1893 tot 5 mei 1909. Hij is pensionhouder. Hij verhuist naar Rheden.

adv. VVV-gids 1913

Jan Gerard August van Morgen vestigt op 22 april 1904, pension “Mon Repos” in deze villa. Hij woont daar tot 10 maart 1912.

In 1910 wordt Jkr. W. Strick van Lintschoten eigenaar. De villa wordt rigoureus verbouwd. Na zijn overlijden zijn er drie erfgenamen, zijn dochter Jacomina B.W. gehuwd met Herman Coenraad Olvier, een zoon Willem ir. Dir. Auto Palace te de Bilt en dochter Dido Cecilia Agatha gehuwd met Johannes Gerard L. Zuidberg te Oosterbeek.

In 1918 kopen de eigenaren van de Nieuwe Kroon aan de overzijde, H. van Wijk en J. Postema, hoteliers, nummer 83. In 1919 is er een eigenaren scheiding op naam van van Wijk.

In 1923 staan als eigenaren vermeld, Arnoldus Batenburg te Apeldoorn en Frans-Adolf Wilhelm Lúhrs, restaurateur te Uitgeest, Apeldoorn en Amsterdam. Dan is er de Lunchroom “de Naald” in gevestigd. In 1925 neemt de N.V. Grand Hotel en Pension de Nieuwe Kroon voorheen Bloemink, waarvan dir. Helman, groot aandeelhouder is, het pand in bezit als dependance.

Op 5 november 1930 komt Laurent Willem Smit, makelaar van beroep er wonen met zijn vrouw Wilhelmina Theodora E. Guisse, die in 1931 de koopster wordt. Op 22 maart 1937 overlijdt Smit. Zijn vrouw hertrouwt met de Zwitser Schaedler op 11 juli 1939.

Van 1948 tot 1963 staat er genoteerd pension Ötillie” geleid door A. Roeloffzen.

In 1954 neemt de opgerichte handelsfirma onder firma, naam Walter Roelofs (?) het gebouw over. In 1963 staat dat Roeloffzen de eigenaar is.

Later was er nog een mooie antiek winkel in gevestigd.

Tegenwoordig is het een kantoor van een vastgoed maatschappij.



W. Wijk, januari 2009.